ga naar de inhoud ga naar de navigatie ga naar zoeken

Weblog

Het verhaal van een medewerker02/11

Aapjes kijken

Rien Timmer, directeur Exodus Nederland, bezocht vorige week het ICPA-congres. Inmiddels is hij weer terug op kantoor, maar zijn weblog gaat nog even door:

Buiten fluiten de boomkikkers dat het een lieve lust is. Te zien krijg je de kleine beestjes niet: zodra je zoekt houden ze hun bek en kruipen ze weg. Hun geluid vult de snel invallende nacht tot de vroege morgenstond.
Zouden de gevangenen van Her Majesty’s Prison Dodds ze ook horen? We werden er vandaag in rondgeleid.

Een fors complex van los staande, hoekige paviljoens in grijs beton. Omgeven door hoge hekken en veel afschrikwekkend materiaal. Om praktische redenen gebouwd voor ‘high security prisoners’, ook al behoort maar een beperkt aantal gevangenen tot die categorie.
Er huizen nu ruim 900 gevangenen waar ruimte is voor 1200. Van die 900 komen er bijna 300 uit het buitenland, vooral van Jamaica en van kleinere Caribische landen.
Ruim 30 vrouwen, met een enkel jong kind, bewonen een apart en strikt gescheiden paviljoen in een hoek van de terreinen, vlakbij de grote kennel van waakhonden.
Vijf gevangenen wachten op voltrekking van de doodstraf. Die is weliswaar al 20 jaar niet voltrokken, maar afgeschaft is-ie niet. In het in 2005 gebouwde Dodds is er wel een kamer voor ingericht. Inclusief splinternieuwe, nog ongebruikte strop om te kunnen verhangen. Werken hoeven die vijf trouwens, in tegenstelling tot de rest, niet. Boffen ze toch nog een beetje.

Hoewel: dat werk is waarschijnlijk net het enige wat het leven hier wat veraangenaamt. Dodds heeft mooie werkplaatsen met heel aardig materiaal. De nadruk ligt sterk op kunst en handvaardigheid: grote schilderijen, mooie maquettes van Bajan huisjes. Vooral een paar schilders van magisch-realistische kunst maken veel indruk met hun werk. Ze winnen er regelmatig prijzen mee in nationale wedstrijden. Scheringa had ze vast willen hebben in zijn museum. Maar soms lopen de dingen nu eenmaal wat anders dan gepland.

Dat gold ook voor Hans. Zo noem ik hem maar even voor het gemak. Ik ben deze week al voor de tweede keer in deze bajes. Want eerder bezocht ik Hans, samen met de honorair consul van Nederland, op Barbados. Hans rekende op een korte trip naar dit deel van de wereld, waarmee hij goed zou verdienen. De korte trip werd verlengd tot ruim 4 jaa,, nadat hij op Barbados werd opgepakt. Dat was net nadat de oude gevangenis in vlammen opgegaan was als gevolg van een massaal gevangenenoproer, wat weer het gevolg was van de enorme overbevolking in een veel te klein en gevaarlijk gebouw. De gebeurtenis kostte het leven aan één gevangene, maar had de prettige bijkomstigheid dat de plannen om een nieuw complex te bouwen nu versneld werd uitgevoerd. Hans maakte daardoor de oude, beroerde, situatie niet mee, maar begon zijn tijd op Barbados wel in een beroerde tijdelijke voorziening met grote slaapzalen.

Hans verwelkomt ons, na gedetailleerde veiligheidschecks, met geboeide handen en een gelukzalige glimlach. Komende vrijdag komt hij vrij, en de consul komt hem berichten hoe die vrijlating zal verlopen. Hij gaat per gevangenisbus naar het vliegtuig, daar wacht de consul hem op met het door Hans’ familie betaalde ticket. De gevangenbewaarders brengen hem dan tot in het vliegtuig. Vanaf daar kan hij als vrij man met het ‘laisser passer’-document, afgegeven door de consul als tijdelijk paspoort,  éénmalig naar Nederland reizen. Als het goed is wacht zijn familie hem op op Schiphol.

Hans heeft het in de gevangenis niet altijd gemakkelijk gehad, maar meldt dat het hem nu goed gaat.
Hij werkt in de keuken, zoals hij thuis ook in de horeca zat. Buiten komt hij niet veel, en sporten gebeurt helemaal niet: het blijft bij spelletjes op cel. Later in de week zie ik hoe dat gaat. We bezoeken dan, vervoerd in een echte gevangenenbus, een paar van de paviljoens: kruisvormig opgezet, met in het midden een vierkante verhoogde wachtpost met bewaarders. Vier hoge glazen wanden geven zicht op grote ruimtes waar per stuk zo’n 40 mannen in bivakkeren. Allemaal slechts in korte broeken gekleed, want het is warm in dit complex en de verkoeling komt slechts van wat ventilators en van de wind door kleine tralie-achtige spleten in de raamsponningen.
Hun hele leven speelt zich hier af: douchen, wassen, hangen aan tafels met spelletjes, slapen in stapelbedden langs de wanden, beneden of op een tussenverdieping, afgescheiden met een enkel muurtje of met traliewerk. Geen handeling blijft ongezien.
Enigszins gegeneerd staan we als gasten toe te kijken alsof we in Blijdorp het apenhuis bewonderen. Omgekeerd is de interesse overigens even groot, zodat niet duidelijk is wie nu wie bekijkt. Zelfs de douchende mannen zwaaien naar ons en gebaren er in hun niets verhullende naaktheid lustig op los. Ik probeer me voor te stellen hoe de enigszins schriele en overduidelijk blanke Hans zichzelf hier een positie heeft moeten verwerven om het leven dragelijk te maken.

Hans meent zelf bij terugkeer geen hulp nodig te hebben. Optimistisch kijkt hij uit naar hoe hij binnenkort werk en een eigen huisje verwacht te hebben. Na enig aandringen neemt hij mijn informatie over de mogelijkheden bij Exodus mee, maar de relevantie ziet hij nauwelijks. Tot teleurstelling van de consul, die met Hans en andere, eerdere, Nederlandse gevangenen al vaak over Exodus sprak en mijn komst nu als uitgelezen kans ziet om tot daden over te gaan. Maar het blijft Hans’ eigen leven waar alleen hij over kan beslissen. En God, want dat hij diens hulp nodig heeft, daar is hij wél van overtuigd.
Hans’ voorstelling van de wereld ‘buiten’ is na meer dan vier jaar misschien niet helemaal reëel, maar dat valt van veel mensen ‘buiten’ net zo te zeggen.

Een ander bezoek speelt zich later deze week nog geen twintig kilometer verder af in één van de duurste hotels ter wereld: Sandy Lane. Britse en Amerikaanse ‘celebrities’ lopen af en aan in dit overigens schitterende, smaakvolle en lommerrijke ‘resort’ waarin geld geen rol speelt. De goedkoopste kamer doet in het laagseizoen nog altijd zo’n 1200 Amerikaanse dollars. Wij worden dan ook slechts toegelaten dankzij één van de Nederlandse DJI-deelnemers, die in dit hier een (eveneens Nederlandse) manager kent. Tijdens de rondleiding die hij ons geeft komen al snel de vele overeenkomsten boven tussen het runnen van een gevangenis, van een Exodushuis, en van een hotel. Een curieuze overeenkomst is dat ook in dit ‘resort’, net als in de gevangenis, de ‘inmates’ niet gefotografeerd mogen worden, zij het in dit geval niet uit angst voor herkenning, maar uit angst voor de paparazzi. Als eenvoudige Hollandse jongen heb ik opnieuw het gevoel aan het aapjes kijken te zijn. Maar dit keer kijken de ‘apen’ nauwelijks terug en lijken ze ons niet te zien staan. Misschien wel symbolisch: niet voor niets ligt de gevangenis even achter het vliegveld. Op de weg naar Sandy Lane zul je nooit gevangenen tegen komen.

 



Reacties

Nog geen reacties
Reageer zelf!



Zorg dat je reactie wel voldoet aan onze gedragscode