ga naar de inhoud ga naar de navigatie ga naar zoeken
Pagina's in categorie Exodushuizen
Het verhaal van een medewerker02/11
Rien Timmer, directeur Exodus Nederland, bezocht vorige week het ICPA-congres. Inmiddels is hij weer terug op kantoor, maar zijn weblog gaat nog even door:
‘New horizons’ luidt het thema voor deze conferentie. En inderdaad, omdat ieders horizon onvermijdelijk wordt bepaald door ieders eigen perspectief, doet iedere deelnemer hier wel zijn eigen vergezichten op.
Als ik de Chinese ambtenaar naast me in de bus vraag of een gevangenis in China lijkt op die van Barbados beaamt ze dat met enige trots. Althans, zo voegt ze er aan toe, de meeste halen dat niveau inmiddels wel. Alleen dan een beetje groter, want een Chinese inrichting biedt toch minimaal plaats aan 5000 gedetineerden.
De Deense vergezichten worden bepaald door een proces van ‘normalisatie’. Daarmee wordt een beleid bedoeld dat er op is gericht om je bij alle dagelijkse handelingen af te vragen hoe iemand die zou kunnen verrichten indien hij niet gedetineerd zou zijn. Om vervolgens vast te stellen of er een reden is waarom het in de gevangenis anders zou moeten. Is die reden er niet, dan wordt voortaan de situatie van thuis ook in de gevangenis toegepast. Het leidt er toe dat Deense gevangenissen meer en meer instituten worden waar gedetineerden zelf koken, zelf de was doen, zelf schoonmaken, grote vrijheden hebben om naar werk of opleiding te gaan en grote ruimte krijgen voor het verkeren met familieleden en vrienden.
In Kosovo ligt de horizon zo ver nog niet: na afronding van de recente oorlog zijn ze daar de vernielde gevangenissen nog aan het herbouwen. En eigenlijk moet de hele staat daar nog worden opgebouwd sinds het nog maar kort geleden onafhankelijk werd en het land nog lang niet door de hele wereld is erkend.
De aanwezige Afghanen komen in hun land vergelijkbare problemen tegen, met dit verschil dat de oorlog daar nog volop aanwezig is. Probeer dan maar eens gevangenissen stabiel en veilig te houden.
Toch is er in die bonte verscheidenheid ook sprake van onderlinge herkenning. Zo is in alle landen sprake van vormen van vrijwilligerswerk in en rond gevangenissen. En bijna altijd komt dat werk voort uit een religieuze, veelal christelijke, gedrevenheid.
De projecten van Exodus ontmoeten daarom veel herkenning bij anderen. Omgekeerd kom ik links en rechts allerlei voorbeelden en ideeën tegen van projecten die ik in aangepaste vorm graag ook in Nederland zou opzetten. Ook Exodushuis-achtige voorzieningen kom je wereldwijd in verschillende varianten tegen. Hoewel de omvang en spreiding van ons werk in Nederland bij gesprekspartners wel enige bewondering ontmoet: vaak gaat het elders om kleine, lokale en niet altijd even gestructureerde instellingen.
Op donderdagmorgen krijg ik tijdens een van de vele tientallen parallelsessies de gelegenheid het Exoduswerk toe te lichten. Ik vrees het ergste voor de opkomst, want na het galadiner –met prijsuitreiking- op de avond tevoren werd het voor de meeste deelnemers een latertje. Toch lijkt mijn pr-campagne om naar de documentaire ‘Vrij Zijn’ te komen kijken geholpen te hebben: even na negenen druppelen uiteindelijk ongeveer dertig toehoorders het zaaltje binnen. Na een toelichting op het Exoduswerk laat ik de film over een drietal Amsterdamse Exodusbewoners zien.
Ik ben benieuwd of anderen vanuit hun achtergrond onze manier van werken kunnen plaatsen. Uit de reacties blijkt gelukkig van wel. Meerdere kijkers komen na afloop met vragen op me af, maar de herkenning overheerst. Ofwel omdat men zelf graag dit soort huizen zou willen hebben (zoals in Argentinië en Peru), ofwel omdat ze al bestaan.
Dat laatste is het geval bij de St. Lazarusfoundation in Canada, waar ik dan ook mee afspreek om met een stage-uitwisseling van medewerkers ervaringen te gaan delen.
Ook de Safer-foundation in de staat Illinois en in de stad Chicago wil graag met die uitwisseling mee doen. Safer is minder gericht op ‘half way-houses’ (zoals Exodushuizen vaak worden aangeduid), en meer op arbeidstoeleidingsprojecten, maar voert ook veel activiteiten uit die sterk vergelijkbaar zijn met die van Exodus.
Ook de Thaise prinses Bajrakitiyabha zou graag een netwerk van half-way-houses opzetten, liefst speciaal voor vrouwen. Nadat zij tijdens het galadiner één van de jaarlijkse ‘awards’ in ontvangst mocht nemen, dring ik zowaar door het cordon van hofpersoneel heen en heb een gesprekje met haar. Ze vraagt me zelfs haar wat meer informatie te mailen.
Zo voert de conferentie naar een einde met het maken van tal van vage en minder vage afspraken. De lijst met aantekeningen die ik maak is net zo lang als vorige jaren, maar nu ik er doorheen loop valt me op dat het, meer dan eerder, ook om heel concreet toepasbare ideeën gaat waarbij we gebruik kunnen maken van eerdere ervaringen elders.
Omgekeerd blijkt uit die lijst ook dat de belangstelling van anderen toeneemt om met ons samen te werken en van onze ervaringen te leren.
Een praktische bijkomstigheid brengt die mogelijkheid nog wat extra dichterbij, omdat het volgende ICPA-congres, najaar 2010, in het Vlaamse Gent zal plaatsvinden en menig deelnemer daar mogelijk een werkbezoek aan Nederland aan wil verbinden. Het thema in Gent zal overigens ‘Building bridges’ zijn. Want horizonten zijn mooi, zonder bruggenbouwers blijven het verre utopiën.