Afgelopen maandag was ik bij een lezing van Richard van Hooijdonk: “welcome to the future”. Ik had daar vrijwillig voor gekozen ondanks zijn vage functies (trendwachter en futurist) en ondanks de pretentieuze titel van de lezing. Ik was er samen met mijn vader van 73 voor wie de toekomst een heel ander perspectief heeft dan voor mij. Maar dat terzijde.

Wat gaat er veel veranderen, op korte en middellange termijn. Chips in je lichaam die voorkomen dat je ziek wordt, eten uit een voedselprinter, slimme meubels die zichzelf verplaatsen, relaties met robots, drones, internet of things, biotech, blockchain, cyborg, slimme steden, zelfrijdende auto’s, gekweekte organen, designer babies...

Soms onwerkelijk, soms behoorlijk realistisch of al lang gaande. Ik voelde weerstand maar toch ook nieuwsgierigheid. Ik werd bang voor de toekomst maar wist ook dat dit niet de beste houding is om met veranderingen om te gaan. Tegenhouden kan in de meeste gevallen niet, meebewegen wel. En angst voor het onbekende is vaak een slechte raadgever en dus helpt het om geïnformeerd en voorbereid te zijn. Er kunnen vandaag of morgen al zaken anders of beter worden georganiseerd. En bijvoorbeeld in het onderwijs en de arbeidsmarkt is verandering heel hard nodig, dat kan echt niet lang meer wachten.

Over dat onderwijs bijvoorbeeld, waarom wordt er überhaupt nog klassikaal les gegeven? En waarom ontbreekt vaak nog de koppeling met innovatieve bedrijven en ruimte voor de creativiteit van het kind? Of die arbeidsmarkt, er gaan heel veel banen verdwijnen waar er minder voor terug komen. Het schijnt dat we zo’n 70% van de nieuwe banen nu nog niet kennen. Wat betekent dit vandaag voor de organisatie en inrichting van deze arbeidsmarkt?

Uiteraard stel ik deze vragen ook voor mijn eigen organisatie. Waar lopen wij achter, welke stappen kunnen op korte termijn worden gezet om voorbereid te zijn op de nabije toekomst? Gaat Exodus die nieuwe tijd goed doorkomen en kunnen wij de best mogelijke forensische zorg blijven geven?

Antwoorden zijn er niet zomaar of heel duidelijk en het zal ook niet op een dag "af" zijn. Duidelijk is wel dat er een sleutel zit in onze (organisatie) houding. We zijn niet bang voor de toekomst maar benieuwd naar de nieuwe mogelijkheden. We zullen wendbaar en weerbaar moeten zijn, én blijven. En daadwerkelijk samenwerken met anderen, elkaar verbeteren en versterken. Met aandacht voor wat van waarde is en met bepaling van grenzen, want niet alles is goed.

Deze organisatiehouding hebben we als mensen ook nodig, in ieder geval ik. Er komen zo vaak veel prikkels op ons af dat we er door overbelast raken. Dit is momenteel aan de orde voor veel van onze jongeren, 20% van hen heeft last van psychische problemen. 76% van de jonge millennials tussen de 18 en 25 jaar geeft aan veel stress te hebben. En ook zo’n 20% van de vrouwen tussen de 25 en 35 jaar heeft last van burn-out klachten. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met soortgelijke gegevens uit onderzoeken.

We moeten dus slim zijn en begrenzen wat we tot ons nemen, selectief omgaan met informatie. Zingeving blijft belangrijk, gezond leven, in het nu zijn en niet piekeren over later. Tijd, echte aandacht en rust bij alles wat je doet. Lees een boek met aandacht (en check dus niet ondertussen je telefoon), neem de tijd voor een goed gesprek met een vriend in het café of luister met volledige aandacht naar muziek. Hoe we vandaag leven bepaalt aanzienlijk hoe we er straks aan toe zijn in de “nieuwe wereld”.

Best een goede lezing eigenlijk dat “welcome to the future”, sterker gezegd: een aanrader. Bang hoef je er niet van te worden, voorbereid wel!

 

En ik maak de toekomst mooier

Maak de toekomst mooier

Maak de toekomst mooier

Maak de toekomst mooier dan ze is

(Stef Bos: de toekomst)

 

 

Marc Groenendijk

Deze blog verschijnt maandelijks op de LinkedIn-pagina van Marc.