Ik vroeg aan verschillende medewerkers om het maandelijks overzicht van de verschillende resultaatgebieden van onze organisatie. Hoe is de bezetting van het beschermd wonen, hoe is de inschaling van de zorgzwaartepakketten, wat zijn het aantal te declareren uren voor ambulante begeleiding, zijn er nog additionele inkomsten, is het effect van die nieuwe regeling al zichtbaar in de vermindering van de kosten…

‘De bezetting van het beschermd wonen kan deze maand beter, maar dat komt onder andere doordat er cliënten op positieve manier zijn uitgestroomd’ zei één van de medewerkers. ‘En daar vraag je niet naar, dit is toch wat we willen? Dat een cliënt zelfstandig gaat wonen als we met elkaar vinden dat de begeleiding afgerond is. Dat we iemand niet langer dan noodzakelijk in begeleiding houden. Dat onze interventies zin hebben gehad, dat er altijd weer cliënten (zullen) zijn die succesvol re-integreren. Dat we daarmee de samenleving en onszelf een mooie dienst hebben bewezen, een goed resultaat dus. Zal ik je bijvoorbeeld vertellen over A zijn traject en hoe het hem gelukt is onlangs zelfstandig te gaan wonen’?

Het verhaal van A. interesseert me wel maar dan eigenlijk vooral een beetje plichtmatig. Het verhaal van iemand die goed uitstroomt bij Exodus ken ik nu wel, zo bijzonder is dat niet meer. Er zijn voor mij andere uitdagingen. Zoals die bezetting die altijd op orde moet zijn en de kosten die beperkt moeten blijven. En binnenkort de jaarrekening en een externe audit, alles moet kloppen. Gewoon de zakelijke bedrijfsmatige kant. We worden meer afgerekend en vooral gefinancierd op dit soort kritieke prestatie indicatoren dan op de zachte kanten van ons werk of specifiek de uitstroomresultaten. Hoe zou het trouwens zijn als we gefinancierd zouden worden op goede uitstroom resultaten? Wanneer is dat dan goed te noemen? En wie bepaalt dat dan en op basis van wat?

Die vraag kan vanuit veel perspectieven worden beantwoord. Vanuit de maatschappij, de inkopers, de gemeenten, de medewerkers en vrijwilligers, het netwerk van de cliënt, de nieuwe buren van de uitstromende cliënt en uiteraard hij zelf. De antwoorden zullen verschillen en soms zelfs botsen. De nieuwe buren zijn wellicht niet blij met een ex-gedetineerde maar deze ex-gedetineerde is wel erg tevreden. Of, de gemeente is tevreden omdat betrokkene werkt en geen uitkering meer nodig heeft, terwijl de maatschappij vindt dat hij geen recht heeft op die baan.

Ik stel me vaak voor dat één van mijn kinderen of één van mijn zussen onze begeleiding nodig zouden hebben. Zou ik ons begeleidingsaanbod dan goed genoeg vinden en Exodus de begeleiding laten doen? En wanneer is voor mij het uitstroomresultaat dan goed? Wat maakt het leven voor iemand geslaagd? Wat maakt het leven voor mijn dochters of zussen geslaagd?

Maakt de focus die ik zo vaak heb op de zakelijke kant van Exodus mijn leven geslaagd? Zeker, maar er is zoveel meer dan dat en natuurlijk weet en voel ik dat. Vertel me het verhaal van A. en van G. en van J en……..

 

Ik zag mannen, vrouwen die van iemand hielden,

kinderen die van iemand hielden, onbekenden, ontheemden die van iemand hielden

ik zag niemand die niet van iemand hield,  ik zag het aan hun ogen,

hun manier van lopen, en ook hun onhandigheid

en hun telkens even, onverhoeds terugkerende, vlijmscherpe onzekerheid

ik ging naar huis en keek in de spiegel, vroeg mijzelf voor de duizendste keer:

'en jij? houd jij van iemand? houd jij echt van iemand?'

ik kneep mijn ogen dicht en leunde met mijn hoofd tegen de spiegel.

Uit: 'De werkelijkheid', Toon Tellegen

 

 

Marc Groenendijk

Deze blog verschijnt maandelijks op de LinkedIn-pagina van Marc